Een warm leerklimaat creëren: hoe doe je dat?

Wat is een veilige/warme leeromgeving? 

Een veilige en warme leeromgeving ontstaat wanneer studenten zich goed voelen in de les en de sfeer als positief ervaren. Centraal in het creëren van een positief klimaat staan intermenselijke relaties. Dat betekent enerzijds dat je werkt aan een goede band tussen jou als lesgever, en de student, en je daarbij aanspreekbaar en toegankelijk opstelt. Anderzijds gaat het om het stimuleren en ondersteunen van goede relaties tussen de studenten onderling.  

Waarom werken aan een veilige en warme leeromgeving? 

Een veilig en warm leerklimaat met wederzijds respect en duidelijke betrokkenheid draagt bij aan het welzijn en de sense of belonging (i.e. een innerlijk gevoel van verbondenheid waarbij iemand zich gezien en gewaardeerd voelt als onderdeel van een groep of leeromgeving) van je studenten. Studenten die zich goed in hun vel voelen, zijn gemotiveerder, staan sterker in hun leerproces en vallen minder snel uit.  

Met kleine ingrepen kan je als lesgever het welzijn én het onderlinge contact versterken – vanaf de eerste les en doorheen het hele academiejaar.  

Hoe kan je een warme leeromgeving creëren om het welzijn van je studenten te verhogen? 

Zet de toon in je eerste les 

  • Start in de eerste les met een ijsbreker. Dit maakt het voor studenten makkelijker om onderling connectie te maken. 
  • Maak concrete afspraken over wat je verwacht van je studenten 
    • Wees helder over je verwachtingen rond participatie, opdrachten, deadlines, communicatie,… 
    • Leg duidelijk uit hoe en wanneer studenten vragen kunnen stellen, zowel tijdens (tussendoor, in de pauze, net na de les …) als buiten de les (mail, regelmatig spreekuur, discussieforum …). 
    • Leg uit dat de eindverantwoordelijkheid voor het leren bij hen ligt en dat jij ze daarin kan begeleiden.  

Zorg voor een open sfeer en stel je aanspreekbaar op 

Veroordelend reageren op vragen of antwoorden van studenten kan leiden tot een negatieve sfeer die nefast is voor het leerklimaat. Bovendien leidt het tot lagere participatie in de les en slechtere leerresultaten. Vermijd dus dat studenten schrik krijgen om vragen te stellen of te antwoorden op vragen:  

  • Reageer begripvol op foute antwoorden.  Waardeer elk antwoord expliciet. 
  • Interpreteer een fout antwoord positief door de logica erachter te zoeken.  
  • Beklemtoon de goede en foute aspecten van het antwoord.  
  • Trek de fout eventueel naar je toe: “Ik heb de vraag niet helemaal helder gesteld” of “Dat heb ik blijkbaar niet goed uitgelegd”.  

Voor sommige studenten, zeker in Ba1, is de drempel hoog om in groep of persoonlijk vragen te stellen of te beantwoorden.  

  • Geef expliciet denktijd nadat je een vraag hebt gesteld. Stiltes van enkele seconden zijn normaal en geven studenten ruimte om na te denken.  
  • Bouw vragen stapsgewijs op. Start met een eenvoudigere vraag en werk geleidelijk naar meer complexe vragen toe. 
  • Laat de studenten eerst per twee overleggen nadat je een vraag hebt gesteld. Het verlaagt de drempel om te antwoorden, omdat het antwoord als een groepsantwoord voelt. 
  • Hanteer een open en vriendelijke lichaamstaal nadat je een vraag hebt gesteld. Knik bijvoorbeeld om de studenten aan te moedigen te antwoorden.  
  • Gebruik Wooclap om antwoorden te verzamelen en bespreek die daarna klassikaal.  
  • Je kan het Ufora-discussieforum activeren om via die weg met elkaar en/of met jou te communiceren:  
    • Maak duidelijke afspraken: wie beantwoordt de vragen (jij/medestudenten)? Tot wanneer kunnen ze vragen stellen? 
    • Breng structuur aan in het forum: werk met topics per thema.  
    • Laat anonieme posts toe (dat kan bij ‘opties’ wanneer je het forum of het onderwerp aanmaakt) 
    • Een rubriek “overig” kan studenten toelaten om elkaar aan te spreken of vragen te stellen over zaken die wat verder buiten de cursus liggen. 
  • Geef studenten de kans je voor, tijdens de pauze, of na de les aan te spreken door bijvoorbeeld rustig de tijd te nemen om je spullen te verzamelen.  
  • Spreek studenten die blijven hangen na de les zelf aan. Vraag naar hun feedback over je les of over taken. Door een open houding verlaag je de drempel voor studenten om vragen te stellen. 

Toon je menselijke kant 

  • Pols geregeld gericht naar het welzijn van de studenten. Stel geen open vraag zoals “Hoe gaat het met jullie”, maar maak het concreter zoals: “Lukt het om het ritme van de (online) lessen te volgen?” “Slaag je erin om alles te verwerken?”  
  • Bij grote groepen kun je een korte poll opzetten met enkele vragen/stellingen over het gevoel van de studenten bij de les. Gebruik de resultaten om bemoedigende feedback te geven, gerust te stellen en waar nodig wat tips te geven.  
  • Deel af en toe een persoonlijke anekdote als opener of brug naar de leerstof. 
  • Hou oogcontact met studenten op verschillende plaatsen in de zaal. Zo kom je minder afstandelijk en formeel over.  
  • Kijk aandachtig naar de studenten en leid uit hun reacties af of ze je uitleg volgen of niet. Spreek hen eventueel aan: “Het lijkt erop dat mijn uitleg wat verwarring veroorzaakt. Kan je mij zeggen waar het probleem zit?" Zo toon je dat je bereid bent om in te spelen op onduidelijkheden. 
  • Probeer, als het kan, de voornamen van de studenten uit het hoofd te leren. Door hun voornamen te gebruiken, verklein je de afstand tussen jou en de student en maak je interactie gemakkelijker.  

Betrek studenten actief in de les 

  • Laat studenten samen werken aan de leerstof (ook online). Doe dit al vroeg in het eerste jaar, zo verlaag je ook drempels om medestudenten te leren kennen en verhoog je de sense of belonging van studenten.  
  • Gebruik korte quizzen (met bijv. Wooclap) ) als leer- of gespreksstarter of drempelverlagende werkvormen zoals think-pair-share, waarbij studenten eerste kans krijgen om een vraag per twee te bespreken, voor ze hun antwoord in de groep gooien. 
  • Bekrachtig studenten die actief meewerken in de les. Focus hierbij op hun betrokkenheid, niet op de correctheid van hun antwoorden. 

Laat studenten weten dat ze er niet alleen voor staan.  

Sommige studenten ervaren een hoge drempel om met een lesgever te praten over problemen en zijn bang daarop beoordeeld te worden. Door studenten te wijzen op andere kanalen waar ze advies of begeleiding kunnen krijgen, kan je hen indirect vooruithelpen. 

  • Zorg dat je als lesgever weet waar studenten terecht kunnen. Je vindt alle doorverwijsmogelijkheden in de Doorverwijskaart. 
  • Vestig de aandacht op welzijn door aan je lespresentatie een slide toe te voegen die verwijst naar “Wel in je vel”. Verwijs ernaar aan het begin of tijdens de pauze van je les. Hier vind je voorbeeldslides.  

Vraag aan studenten hoe ze jouw aanpak ervaren 

Ga na bij je studenten hoe zij jouw lessen ervaren, zodat je eventueel kan bijsturen. 

  • De opleidings- en vakfeedback  peilen bovendien op verschillende manieren naar hoe de studenten het leerklimaat in jouw vak ervaren: denk aan je aanspreekbaarheid, doceerstijl en houding. Ook daar kan je dus feedback terugvinden. 

UGent-Praktijken

Laatst aangepast 5 oktober 2026 14:42